Algemeen: Industrieel leerlingwezen (deeltijds leren/deeltijds werken) U leidt een bedrijf en bent op zoek naar efficiënte en gemotiveerde arbeidskrachten. Binnen het industrieel leerlingwezen kan je jongeren de kans bieden een beroep aan te leren intern in uw onderneming en meteen vormen naar de praktijken van uw bedrijf. U bent 15 jaar en uw handen jeuken om te werken, dan hoeft u niet voltijds op de schoolbanken te blijven zitten. Met een industriële leerovereenkomst kan u door het deeltijds onderwijs te combineren met werkervaring op een dynamische en realistische manier een vak leren, geld verdienen en op het einde van de rit een getuigschrift of zelfs een diploma behalen. Wat is ILW? ILW staat voor "industrieel leerlingwezen". Het ILW is een contract dat voortgekomen is uit de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst. Het gaat om een contract tussen twee partijen dat voor een bepaalde duur wordt afgesloten. Het specificeert een beroep waarvoor de leerling tussen 15 tot 25 een opleiding volgt. De leerjongere doet 3 dagen per week werkervaring op in een onderneming waar hij de praktische opleiding ontvangt en loopt 2 dagen school in een erkend opleidingscentrum (CLW of Centrum Leren en Werken) waar hij een theoretische en gespecialiseerde opleiding voor het gekozen beroep volgt. De leerling ontvangt hiervoor van de werkgever een leervergoeding. Welke werkgevers kunnen een industriële leerovereenkomst sluiten? Bedrijven die ressorteren onder het paritair comité 125 (bosexploitatie, houtzagerijen en houthandel) en paritair comité 126 (houtbewerking en stoffering) en voldoen aan de voorwaarden: - maatschappelijke zetel of verblijfplaats werkgever in België;
- werkgever heeft de minimum leeftijd van 25 jaar;
- werkgever is van onberispelijk gedrag;
- werkgever is in orde met de fiscus en de sociale zekerheid;
- werkgever of opleidingverantwoordelijke beschikt over de vereiste 7 jaar beroepservaring;
kunnen na de erkenning als patroon door het paritair leercomité een industriële leerovereenkomst afsluiten. Na het verwerken van uw aanvraag ontvangt u na ongeveer 3 weken een bevestiging tot erkenning. Zodra de erkenning is goedgekeurd kunt u een industrieel leerling aanwerven. Welke jongeren kunnen een industriële leerovereenkomst sluiten? Jongeren die alterend onderwijs willen volgen, moeten aan de voltijds leerplicht hebben voldaan. Vervolgens kunnen zij zich inschrijven in een CLW waar ze een beroepsgerichte opleiding kunnen volgen. Niet om het even wie kan een industriële leerovereenkomst afsluiten. Als leerling moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen: - je hebt voldaan aan de voltijdse leerplicht;
- je bent minstens 16 jaar of 15 jaar oud en hebt 2 jaar secundair onderwijs achter de rug;
- als minderjarige heb je de toestemming van je ouders of voogd nodig;
- je bent nog geen 18 jaar bij het starten van de leerovereenkomst (individuele afwijkingen mogelijk);
- je mag nog geen opleiding hebben gevolgd voor dit beroep en dus niet in het bezit zijn van een diploma of getuigschrift van het te volgen beroep;
- Je moet fysisch geschikt zijn (medisch onderzoek georganiseerd door de werkgever);
- je inschrijven in een Centrum Leren en Werken.

Geschikte deeltijdse leerling/leerwerkplek vinden Leerlingen en werkgevers kunnen op verschillende manieren met elkaar in contact komen. - CLW's kunnen ondernemingen contacteren en informeren naar eventuele interesse in een deeltijds leerling of omgekeerd ondernemingen informeren bij CLW's.
- Leerlingen kunnen spontaan solliciteren bij een onderneming.
- Ondernemingen kunnen zelf een deeltijdse leerling zoeken.
Om de krachten te bundelen en de zoektocht iets makkelijker te maken heeft het OCH een leerwerkplekdatabank ontwikkeld waar leerlingen op zoek kunnen naar geschikte leerwerkplekken. Meer informatie vindt u op onze website bij stage en werkplekleren. Statuut van de leerling De leerling wordt door de werkgever aangeworven op basis van een leerovereenkomst van bepaalde duur, waarvoor wettelijke bepalingen gelden die vrij goed lijken op degene die van toepassing zijn op de arbeidsovereenkomsten. Vermits de leerling ook voor de toepassing van de globale arbeidswetgeving in principe gelijkgesteld wordt met een werknemer, heeft men dus een statuut dat gelijkaardig is met dat van een gewone voltijdse werknemer. Sociale zekerheidsbijdragen Minderjarige leerlingen (tot en met 31 december van het jaar waarin ze 18 jaar worden) zijn vanuit de basiswetgeving van de sociale zekerheid enkel aan de sociale zekerheidstak "jaarlijkse vakantie" onderworpen. Op basis van de specifieke wetgevingen inzake "arbeidsongevallen" en "beroepsziekten" zijn zij echter ook aan die twee takken onderworpen. Wat de gewone socialezekerheidsbijdragen betreft, is er bijgevolg bijdrageplicht voor de drie genoemde takken "jaarlijkse vakantie", "arbeidsongevallen" en "beroepsziekten", evenals de "bijkomende bijdrage werkloosheid" (enkel voor ondernemingen met minstens 10 werknemers op 30 juni van het voorgaande jaar). Als bijzondere werkgeversbijdragen zijn de bijdragen voor het "sluitingsfonds" (basisbijdrage), "kinderopvang" en "bijdrage tijdelijke werkloosheid + oudere werklozen" verschuldigd. Meerderjarige leerlingen (vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden) zijn volledig onderworpen aan de sociale zekerheid. Bijgevolg zijn alle basisbijdragen verschuldigd, zowel diegene voor de werkgever als de persoonlijke bijdragen voor de leerling-werknemer. De werkgever moet bovendien de loonmatigingsbijdrage betalen, inclusief de gedeeltes daarvan die toegepast worden op de "bijkomende bijdrage werkloosheid" en op de bijdragen voor het sluitingsfonds. Als bijzondere werkgeversbijdragen zijn dezelfde als voor de minderjarige leerlingen verschuldigd, met daarop de bijzondere bijdrage voor het sluitingsfonds (tijdelijke werkloosheid). De patronale bijdragen voor industriële leerlingen verschillen naargelang de grootte van de onderneming. De patroon geniet van bijdrageverminderingen; voor een meerderjarige leerling, is de vermindering groter als hij diens leerovereenkomst de hoedanigheid van een startbaanovereenkomst geeft (startbaankaart + leerovereenkomst aan RSZ aangeven als startbaan.) De minderjarige industriële leerlingen betalen geen persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid. Ziekte en invaliditeit Leerlingen worden beschouwd als gewone voltijdse werknemers die onder de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen ressorteren, niettegenstaande zij voor dit stelsel geen enkele sociale bijdrage betalen. In geval van ziekte kan de leerling terugvallen op zijn/haar rechten uit de leerovereenkomst. De werkgever betaalt het gewaarborgd loon zoals bij een gewone werknemer. Na de periode van gewaarborgd loon heeft de leerling recht op uitkeringen. De industriële leerlingen moeten zich zelf bij een ziekenfonds aansluiten. De werkgever moet een ‘Bewijs van leerovereenkomst voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst' aan de leerling bezorgen. Dit stuk geldt als bijdragebon en moet bij het ziekenfonds ingediend worden. Leerlingen genieten dus de terugbetaling van gezondheidszorgen tegen dezelfde voorwaarden als de gewone werknemer, bovendien hebben zij recht op een uitkering bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of privé-ongeval. Bij primaire arbeidsongeschiktheid (max. 1 jaar) ontvangt de leerling een vervangingsinkomen gelijk aan de overbruggingsuitkeringen. Indien de arbeidsongeschiktheid langer duurt dan 1 jaar, krijgt de leerling een invaliditeitsuitkering, berekend op het minimumloon van een bediende van categorie I van het ANPCB (PC 218), rekening houdend met de leeftijd bij het begin van de ongeschiktheid (dit referteloon wordt vastgesteld door het beheerscomité van het RIZIV).  Arbeidsongevallen en beroepsziekten De werkgever moet voor de duur van de overeenkomst een verzekering tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten aangaan voor de leerling. De wetgeving op de arbeidsongevallen beschouwt de industriële leerling als een gewone werknemer. Eventuele tijdelijke uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid worden berekend op basis van de werkelijke vergoeding die de leerling ontvangt en, indien deze te laag is, aangevuld op basis van een verondersteld loon. Bij blijvende arbeidsongeschiktheid zullen de uitkeringen berekend worden op basis van het loon voor de functie die hij/zij zou uitgeoefend hebben op het einde van de leertijd. Jaarlijkse vakantie De werkgever van de privé-sector die industriële leerlingen tewerkstelt, wordt automatisch aangesloten bij een vakantiefonds. De leerling heeft tijdens zijn leerovereenkomst recht op jaarlijkse vakantie en op (enkel en dubbel) vakantiegeld. Zoals voor de arbeiders, wordt het vakantiegeld en het aantal vakantiedagen bepaald door het aantal arbeidsdagen van de leerling in het voorgaande jaar. kinderbijslag De ouders van een leerling in het leerlingenstelsel voor werknemersberoepen blijven voor hem/haar verder kinderbijslag ontvangen. Eventueel heeft een leerling recht op kinderbijslag voor zijn eigen kinderen. Kinderbijslag wordt onvoorwaardelijk toegekend tot 31 augustus van het jaar waarin de leerling 18 wordt. Na deze datum wordt de kinderbijslag voor een leerling enkel toegekend indien zijn maandelijkse vergoeding niet hoger ligt dan 471,05 euro (dit bedrag volgt de spilindex). Pensioen De leerling heeft geen recht op pensioen voor de periode waarin hij in dienst was op basis van een leerovereenkomst. Werkloosheid Tijdens de duur van de leerovereenkomst worden in principe geen uitkeringen toegestaan.
Tijdens de leerplicht Jongeren die nog leerplichtig zijn, hebben geen recht op uitkeringen, behalve in geval van tijdelijke werkloosheid (wegens technische of economische redenen). Dan kunnen ze overbruggingsuitkeringen aanvragen, zonder wachttijd. Er worden geen uitkeringen toegekend op basis van het beëindigen van de leerovereenkomst (noch bij voortijdig, noch bij normaal einde). Na de leerplicht Op het einde van de leerovereenkomst heeft een jongere die niet meer leerplichtig is, onmiddellijk recht op wachtuitkeringen. Indien de leerling gezinshoofd is, kan hij eventueel gewone werkloosheidsuitkeringen krijgen, afhankelijk van de inkomsten van zijn partner. Onder bepaalde voorwaarden heeft een leerling die niet meer leerplichtig is, recht op uitkeringen in geval van voortijdige beëindiging van zijn leerovereenkomst of bij schorsing wegens tijdelijke werkloosheid: indien de leerovereenkomst geschorst wordt wegens tijdelijke werkloosheid, dan heeft de leerling recht op werkloosheidsuitkeringen zonder wachttijd; indien de leerovereenkomst na minimum 233 dagen leertijd (voor jongeren die nog geen 26 jaar zijn, daarna bedraagt de wachttijd 310 dagen) verbroken wordt ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil, dan heeft de leerling recht op wachtuitkeringen zonder wachttijd; indien de leerovereenkomst verbroken wordt ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil, vooraleer 233 dagen leertijd werden doorlopen, zal de leerling de resterende wachttijd moeten doorlopen totdat deze 233 dagen bedraagt, alvorens uitkeringen te kunnen genieten; voor het vervullen van deze wachttijd worden de dagen onder leerovereenkomst (lesdagen op school + opleidingsdagen in de onderneming + zaterdagen) gelijkgesteld met werkdagen. Formaliteiten op het einde van de leerovereenkomst Op het einde van een leerovereenkomst moet de jongere van de werkgever volgende documenten krijgen een attest waarop de begin- en einddatum van het contract vermeld staan, evenals de aard van de uitgevoerde taken/activiteiten (bv. de benaming van de opleiding); alle sociale documenten, zijnde een eindafrekening voor de leervergoeding en een formulier C4. Zo nodig nog een attest voor de mutualiteit (het "bewijs van leerovereenkomst" voor de ziekteverzekering), indien dit voor de laatste periode van het leercontract nog niet afgeleverd was. Dit betreft om het even welk einde, normaal of voortijdig. Dus bij de normale afloop van een leerovereenkomst moet ook een C4 meegegeven worden. Meer info op de website van de RVA (http://www.rva.fgov.be/ ). Erkende opleidingen Volgende opleidingen werden goedgekeurd door het paritair leercomité en kunnen door de bedrijven van de houtsectoren worden aangeboden: Klik hier voor het overzicht van de trajecten. De eerste stappen als jongere Als jongere kan u zich laten inschrijven in een Centrum Leren en Werken. Het CLW kan één of meerdere kandidaat-ondernemingen voorstellen waarmee een afspraak wordt gemaakt. Nadien wordt individueel of samen met een verantwoordelijke van het CLW de onderneming bezocht. Als jongere kan je ook zelf een onderneming voorstellen. Het CLW zal nagaan bij het paritair comité of de onderneming voor industriële leerovereenkomst in aanmerking komt. Voorafgaand moet u zich als werkzoekende bij de VDAB inschrijven en na het ondertekenen van het contract inschrijven bij het ziekenfonds. De lijst van alle CLW's (Vlaamse Gemeenschap) vindt u hier. De lijst van alle CEFA's (Franse Gemeenschap) vindt u hier. Het Opleidingscentrum Hout kan je hierbij helpen, neem vrijblijvend contact met de begeleidende sectorconsulent(en) van het Opleidingscentrum Hout. Bart de Waele - Theo Claes  De eerste stappen voor de werkgever Nieuwe werkgevers komen meestal in contact met het industrieel leerlingwezen doordat een tewerkstellingsbegeleider van een CLW (centrum Leren en Werken) of een CEFA (Centres d'Education et de Formation en Alternance - Franse Gemeenschap) bij hen komt aankloppen met de vraag of ze bereid zijn een jongere praktijkervaring te laten opdoen. Omgekeerd is het voor werkgevers die zelf een of meer jongeren zoeken om aan te werven met een industriële leerovereenkomst, gemakkelijkst om daartoe een of meer CLW's of CEFA's te contacteren. In principe beschikken deze centra over voldoende knowhow om de werkgever in het industrieel leerlingwezen binnen te loodsen. Het komt er vooral op aan om: - eerst u te laten erkennen als leerwerkbedrijf;
- goed de spelregels van de sector waartoe de werkgever behoort te lezen; deze vindt u terug in het leerreglement;
- contact op te nemen met de begeleidende sectorconsulent(en) van het Opleidingscentrum Hout. Bart de Waele - Theo Claes
De lijst van alle CLW's (Vlaamse Gemeenschap) vindt u hier. De lijst van alle CEFA's (Franse Gemeenschap) vindt u hier. Erkenning van werkgever als patroon Om erkend te kunnen worden moet een werkgever een aanvraag indienen bij het paritair leercomité. Bedrijven die ressorteren onder het paritair comité 125 (bosexploitatie, houtzagerijen en houthandel) en paritair comité 126 (houtbewerking en stoffering) en voldoen aan volgende voorwaarden: - maatschappelijke zetel of verblijfplaats werkgever in België;
- werkgever heeft de minimum leeftijd van 25 jaar;
- werkgever is van onberispelijk gedrag;
- werkgever is in orde met de fiscus en de sociale zekerheid;
- werkgever of opleidingverantwoordelijke beschikt over de vereiste 7 jaar beroepservaring;
kunnen na de erkenning als patroon door het paritair leercomité een industriële leerovereenkomst afsluiten. Na het verwerken van uw aanvraag ontvangt u na ongeveer 3 weken een bevestiging van erkenning. Zodra de erkenning is goedgekeurd kunt u een industrieel leerling aanvaarden. Wenst u meer informatie of wilt u uw bedrijf laten erkennen dan kun u contact opnemen met de sectorconsulenten Bart de Waele of Theo Claes of stel uw vraag via info@och-cfb.be. Het document tot erkenning als patroon vindt u hier . Industriële leerovereenkomst Een industriële leerovereenkomst is een overeenkomst van bepaalde duur tussen drie partijen, het bedrijf, de leerling en het CLW, hierin wordt het beroep met de door de sector erkende opleiding, de duurtijd (6 tot 36 maand) en het uurrooster bepaald. De werkgever staat in voor het medisch onderzoek van de jongere. In de proefperiode (1 tot 3 maand) kan de leerovereenkomst worden beëindigd door één van de partijen mits een week opzegtermijn, na de proefperiode kan dit onder bepaalde voorwaarden. De leerling ontvangt een maandelijkse leervergoeding van de werkgever. Duurtijd De duur van een leerovereenkomst is afhankelijk van het aangeleerde beroep en de competenties van de jongere en kan variëren van 6 tot 36 maand. Organisatie van de opleiding Een opleiding kan op elk moment van het jaar starten. Er bestaan twee alternerende systemen: 2 dagen theorie en 3 dagen praktijk of 1 week theorie en 1 week praktijk. Welk systeem gehanteerd wordt hangt af van het Centrum Leren en Werken van de leerling. Een industriële leerovereenkomst vraagt een voltijds engagement, dit betekent dat de leerling 3 dagen aanwezig moet zijn in het bedrijf en de andere 2 dagen in het Centrum Leren en Werken. Maximum aantal leerlingen Het maximum aantal leerlingen, jonger dan 18 jaar, dat door een patroon mag worden aangenomen mag niet meer bedragen dan: - maximum 1 leerling per aangeboorde schijf van 10 in de loop van het vorig kwartaal bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven arbeiders;
- maximum 10 % van het totale aantal bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in de loop van het vorig kwartaal aangegeven arbeiders, met een maximum van 15 leerlingen per onderneming.
Het leercomité kan de patroon die erom verzoekt, een afwijking toestaan op de hierboven vermelde maxima. Sluiten van een industriële leerovereenkomst Een industriële leerovereenkomst wordt gesloten om een jongere een beroepsopleiding te verstrekken. Daarom moet de werkgever vooraf overleggen met de eventuele opleidingsverantwoordelijke en instructeur(s) binnen zijn onderneming en met het betrokken CLW over de inhoud van de opleiding. Sectorconsulenten van het OCH kunnen u hierbij eventueel ook de nodige hulp bieden. In principe moet dit voor elke jongere apart gebeuren (niet elke jongere is gelijk...). Het individueel opleidingsprogramma is een essentieel onderdeel van de leerovereenkomst en moet daar in bijlage bijgevoegd worden. Het gekozen alterneringsschema moet rechtstreeks in de leerovereenkomst ingeschreven worden. Het contract voor de leerovereenkomst vindt u hier. Dit contract wordt in drievoud opgesteld en ondertekend: - één exemplaar voor de onderneming
- één exemplaar voor de leerling
- één exemplaar voor het paritair leercomité
Het exemplaar voor het paritair leercomité moet binnen de 3 werkdagen naar het volgende adres worden verzonden: Federale Overheidsdienst Werk, Arbeid en Sociaal Overleg FOD WASO T.a.v. paritair leercomité 125 en 126 Ernest Blérotstraat 1 1070 Brussel
Een kopie van elke industriële leerovereenkomst en het medisch attest moet binnen de drie dagen worden toegestuurd door de werkgever aan OCH. Opleidingscentrum Hout vzw T.a.v. Bart de Waele of Theo Claes Hof ter Vleestdreef 3 1070 Brussel
Opstellen van een individueel opleidingsprogramma Op basis van het voorafgaand overleg met het CLW moet de werkgever een individueel opleidingsprogramma opstellen, dat gebaseerd is op een ILW-programma van de sector. Dit programma moet de verschillende vaardigheden vermelden die de leerling onder de knie moet krijgen, wil hij in het gekozen beroep de vereiste bekwaamheid verwerven. M.a.w. in dit programma staan de te bereiken leerdoelstellingen. Vervolgens moet de werkgever deze doelstellingen kopiëren in een opleidingsboekje, met aanduiding van de programmatie ervan in de tijd. Bv. doelstelling X moet gehaald worden tegen het einde van de tweede maand van de opleiding. De omschrijving van deze doelstellingen bestaat meestal in de opsomming van (deel)taken die de jongere moet kunnen uitvoeren op een bepaald moment binnen de opleiding, eventueel met vermelding van de manier waarop dit moet kunnen (bv. nog onder begeleiding of reeds geheel zelfstandig). Zo'n opleidingsboekje is dus eigenlijk een soort "schoolagenda". Er bestaan modellen van opleidingsboekjes, waarin reeds week- of maandroosters zijn voorzien om de doelstellingen of (deel)taken in te vullen en de vorderingen van de leerling met betrekking tot deze doelstellingen en (deel)taken te becommentariëren. Medisch onderzoek en risicoanalyse Vooraleer een jongere in dienst treedt, moet de werkgever hem laten onderzoeken door een arbeidsgeneesheer. Enkel wanneer deze de jongere geschikt verklaart om het beroep uit te oefenen waarvoor hij de opleiding gaat volgen, mag de jongere zijn leerovereenkomst aanvatten. Ingevolge de welzijnswetgeving is ook een voorafgaande risicoanalyse vereist (KB van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk). Meer informatie hierover vindt u hier. Aanvang van de opleiding Voor aanvang van de opleiding dient de werkgever zich nog met enkele zaken in orde te stellen:
Aangifte (DImOnA) Een jongere die met een industriële leerovereenkomst in dienst treedt wordt voor de arbeids- en socialezekerheidswetgeving gelijkgesteld met een werknemer. Dit betekent dat zijn werkgever hem vóór het effectief begin van zijn leerovereenkomst moet aangeven via het DIMONA-systeem (Déclaration IMmédiate - ONmiddellijke A angifte). Meer informatie hierover vindt u hier. Afsluiten arbeidsongevallenverzekering De werkgever moet elke jongere die hij in dienst neemt met een industriële leerovereenkomst verzekeren tegen arbeidsongevallen ("wetsverzekering") . Leervergoeding Voor de uitbetaling van leervergoedingen gelden dezelfde spelregels als voor het loon van gewone werknemers (vnl. de loonbeschermingswet). leervergoeding Gedurende de looptijd van het contract betaald de werkgever maandelijks een leervergoeding aan de leerling. Het bedrag van de leervergoeding wordt berekend in functie van een percentage dat gekoppeld is aan de leeftijd van de leerling. De basis voor de berekening van deze vergoeding is het nationaal gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen voor de werknemers van 21 jaar zoals bepaald. De leervergoeding wordt bijgevolg berekend op basis van een percentage van de helft van het bij de Collectieve Arbeidsovereenkomst nr. 43 gesloten in de Nationale Arbeidsraad. Wordt tussen de werkgever, de leerling en de meewerkende instelling een ander uurrooster overeengekomen, dan dient deze uurregeling uitdrukkelijk te worden opgenomen in de leerovereenkomst, en dient er tevens een regeling te worden getroffen met betrekking tot het uurbedrag van de leervergoeding die bij afwezigheid in rekening zal worden gebracht. Voor elke leerling moet de werkgever een individuele rekening bijhouden en bij elke definitieve betaling moet hij een loonafrekening ("loonfiche") aan de leerling bezorgen. Werken tijdens schoolvakantie Ben je als leerling vrijgesteld van een aantal uren op school en mag hij/zij een overeenkomstig aantal bijkomende uren in het bedrijf doorbrengen, en heb je recht op een hogere maandelijkse leervergoeding. De leervergoeding wordt verhoogd met een overeenstemmend aantal uurvergoedingen. Welke uurvergoeding er van toepassing is voor de houtsector vindt u hier. Socialezekerheidsbijdrage De socialezekerheidsbijdragen die op een leervergoeding betaald moeten worden verschillen naargelang de leerling onvolledig of volledig onderworpen is aan de sociale zekerheid. Periode van onvolledige onderwerping Leerlingen zijn slechts aan een paar socialezekerheidstakken onderworpen tot en met 31 december van het jaar waarin ze 18 jaar worden. Op de socialezekerheidsbijdragen voor de werkgever is de doelgroepvermindering «jonge werknemers» van toepassing. Na verrekening van de vermindering is een werkgever voor een leerling nog de volgende bijdragen verschuldigd: - jaarlijkse vakantie (enkel voor leerling-arbeiders);
- bijkomende bijdrage "werkloosheid" van 1,60%;
- fonds voor sluiting van ondernemingen (enkel de basisbijdrage);
- kinderopvang;
- tijdelijke werkloosheid en oudere werklozen.
De leerlingen zelf betalen geen individuele bijdragen. Periode van volledige onderwerping Vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden, zijn leerlingen onderworpen aan alle socialezekerheidstakken. De situatie inzake onderwerping staat los van de periode van uitvoering van de leerovereenkomst: is deze reeds begonnen vóór 1 januari van het jaar waarin de leerling 19 jaar wordt, dan verandert deze midden in de loop van zijn leerovereenkomst van socialezekerheidsstatuut. Op de verschuldigde werkgeversbijdragen zijn de volgende kortingen van toepassing: - de structurele vermindering, zonder verdere voorwaarde;
- de doelgroepvermindering «jonge werknemers», op voorwaarde dat:
- de werkgever in orde is met de startbaanwetgeving;
- de leerovereenkomst de hoedanigheid van startbaanovereenkomst heeft (start-baankaart);
- de betrokken leerling laaggeschoold is (geen diploma secundair onderwijs).
Na verrekening van deze kortingen is een werkgever voor een leerling nog de volgende bijdragen verschuldigd: - jaarlijkse vakantie (enkel voor leerling-arbeiders);
- bijkomende bijdrage "werkloosheid" (van 1,69% (incl. loonmatiging);
- betaald educatief verlof (incl. loonmatiging)
- fonds voor sluiting van ondernemingen (basisbijdrage incl. loonmatiging);
- fonds voor sluiting van ondernemingen (bijzondere bijdrage incl. loonmatiging);
- kinderopvang;
- tijdelijke werkloosheid en oudere werklozen.
Op de persoonlijke bijdragen van de leerlingen is de korting «lage lonen» of «werkbonus» van toepassing: zij betalen geen individuele bijdragen wanneer hun maandelijkse leervergoeding niet hoger ligt dan € 1.071,15. Meer informatie vindt u hier. Kwartaalaangifte aan de RSZ (DmfA) Net zoals voor gewone werknemers moeten de loon- en arbeidstijdgegevens van een jongere met een leerovereenkomst elk kwartaal aangegeven worden aan de RSZ via de DmfA (Déclaration MultiFonctionnelle/MultiFunctionele Aangifte). Meer informatie over de DmfA vindt u op de website van de RSZ: http://www.rsz.be/ . Ziekte en verzekering De leerling dient zich in te schrijven bij een ziekenfonds. Een leerling die ziek is, moet dit onmiddellijk melden aan zijn werkgever en aan het CLW. Als de leerling langdurig afwezig is, moet het bedrijf of het CLW dit doorgeven aan het paritair leercomité. Als een leerling het leerprogramma niet kan afwerken door een langere afwezigheid, dan wordt het leercontract tijdelijk geschorst. De duurtijd van het contract kan dan worden verlengd, het paritair leercomité beslist hierover. Elke onderbreking of schorsing van de leerovereenkomst dient steeds onmiddellijk gemeld te worden aan OCH én het paritair leercomité. Premies Premie E.S.F. Het Europees Sociaal Fonds geeft aan bedrijven die jongeren uit het deeltijds onderwijs in dienst hebben, een subsidie. Deze financiële tegemoetkoming wordt door het Centrum Leren en Werken aangevraagd. De ESF-middelen voor een bedrijf bedragen maximaal € 1,25 per jongere per reëel gepresteerd uur werkervaring en dit voor jongeren die minimaal 160 uur effectieve werkervaring gepresteerd hebben en dit met een maximum van 968 uur werkervaring (code 9). Deze uren dienen gepresteerd te worden tussen 1 september en 31 augustus. De premie is per schooljaar (12 maanden) vastgesteld op: 1215 € | voor de 1ste leerling | 1065 € | voor de 2de leerling | 895 € | voor de 3de leerling | 720 € | voor de 4de leerling | 570 € | voor de 5de en volgende leerling |
Voorwaarden: Enkel deeltijds leerplichtige jongeren kunnen instappen in dit project, dat wil zeggen jongeren in de leeftijdscategorie 15-18 jaar. Jongeren die in de loop van het schooljaar 19 worden, komen in aanmerking op voorwaarde dat ze het voorafgaande schooljaar deeltijds onderwijs hebben gevolgd. Jongeren zijn maximaal 3 jaar ESF-subsidiegerechtigd De opleiding op het bedrijf en in het deeltijds onderwijs moet op elkaar afgestemd zijn. Men noemt dit een 'alternerende opleiding'. Minimum een halftijdse overeenkomst : minstens 18 uren /week). Start- en stagebonus Voor elke jongere die tijdens de leerplicht (< 18 jaar) een leerovereenkomst of arbeidsovereenkomst sluit (met een voorziene duur van minstens 4 maanden) voorziet de federale overheid (FOD WASO) een start- en stagebonus. Het betreft contracten binnen eenzelfde opleidingsfinaliteit. De startbonus is een premie voor de (geslaagde) jongere. De stagebonus wordt betaald aan het bedrijf wanneer de jongere een opleidingsjaar beëindigt (slagen is in deze niet vereist). Om deze bonussen te bekomen moet binnen de 3 maanden na de start van het contract het formulier "C63 Bonus" worden ingediend bij het werkloosheidsbureau van de woonplaats van de jongere. Het formulier is beschikbaar via de site van de RVA (http://www.rva.be/ bij "werkloosheid en brugpensioen"). Voor uitbetaling dient zowel de jongere als de werkgever binnen de 4 maand na afloop van de opleiding een aanvraag in bij het bevoegde werkloosheidsbureau. Als werkgever of leerling ontvangt u na het eerste jaar € 500, tweede jaar € 500 en het derde jaar €750. Meer informatie vindt u hier.
Sectorale premie voor de leerling Naast de stagebonus ontvangt de leerling bij het slagen in ofwel de tussentijdse proef na het eerste opleidingsjaar ofwel de eindproef na het tweede opleidingsjaar een premie die respectievelijk ongeveer € 850 en € 950 bedraagt. Opvolging van de leerling, proeven en certificering Tijdens de ganse duur van de leerovereenkomst is het de bedoeling dat de leerling van nabij opgevolgd wordt door zijn begeleiders. Die moeten in het opleidingsboekje noteren hoe de leerling zijn opleiding doorloopt. Elk jaar van de opleiding kan de leerling onderworpen worden aan een praktische of een tussentijdse proef.
Op het einde van de voor de opleiding voorziene leertijd wordt, overeenkomstig artikel 51 van de wet, een eindproef georganiseerd door het paritair leercomité. Het Opleidingscentrum Hout die de taken voor het paritair leercomité waarneemt organiseert de proeven. OCH, afgevaardigde CLW en de begeleider van het bedrijf zijn hierbij minimaal aanwezig. De leerling die de eindproef met vrucht heeft afgelegd, ontvangt vanwege het leercomité een getuigschrift van beroepsbekwaamheid. Dit getuigschrift vermeldt het beroep waarvoor de opleiding werd gevolgd, de hoofdlijnen van het opleidingsprogramma en de afgelegde proef. Het getuigschrift vermeldt eveneens de beoordeling van de jury die de proef begeleidde. Schorsing van de leerovereenkomst De leerovereenkomst kan geschorst worden om een aantal redenen, onder meer door: ziekte of een ongeval, vakantie, verlof om dwingende familiale redenen (bv. dringende hulp bij een ongeval van de ouders), klein verlet (bv. huwelijk van je broer of zus) overmacht, zwangerschapsrust, tijdelijke werkloosheid.  Beëindigen van de leerovereenkomst De leerovereenkomst wordt onmiddellijk verbroken om volgende redenen: - einde van de leerovereenkomst;
- door het overlijden van de leerling;
- op verzoek van de leerling bij overlijden van de werkgever, faillissement, sluiting of overname van de onderneming;
- door overmacht;
- om dringende redenen kan zowel de werkgever als jijzelf onmiddellijk de leerovereenkomst beëindigen zonder opzegtermijn noch opzegvergoeding.
*een ernstige tekortkoming die iedere verdere professionele samenwerking tussen jou en de werkgever onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt; het ontslag wordt uiterlijk 3 werkdagen na de feiten aan de betrokkene medegedeeld. Wie de leerovereenkomst vroeger wil beëindigen moet een aantal regels respecteren. Einde van de leerovereenkomst tijdens de proefperiode: In de proefperiode (1 tot 3 maand) kan leerovereenkomst worden beëindigd door één van de partijen mits een week opzegtermijn. - Tijdens de eerste maand kan jij of de werkgever het contract beëindigen mits een opzegtermijn van 7 kalenderdagen, maar het contract wordt ten vroegste beëindigd de laatste dag van deze maand.
- Tijdens de 2de en de 3de maand van de proeftijd kan het contract beëindigd worden met een opzegtermijn van 7 dagen.
- Ben je tijdens de proeftijd langer dan 1 maand afwezig (ziekte of ongeval) dan kan de werkgever de overeenkomst opzeggen zonder opzegvergoeding.
- De leerovereenkomst wordt schriftelijk opgezegd. De opzegging gebeurt bij overhandiging (laat een exemplaar tekenen voor ontvangst) of met een aangetekend schrijven. De opzeggingstermijn van 7 kalenderdagen gaat in de dag volgend op deze opzegging.
Einde van de leerovereenkomst na de proefperiode en voor het einde van het contract: Na de proefperiode kan een leerovereenkomst onder bepaalde voorwaarden worden beëindigd. - Indien er ernstige twijfels zijn om de overeenkomst tot een goed einde te brengen en het zinloos is om verder te zetten, dan kan het contract na de proeftijd verbroken worden door beide partijen zonder opzegging of opzegvergoeding (een motivatie is noodzakelijk).
- Indien je langer dan 6 maanden ziek of lichamelijk ongeschikt bent, kan de werkgever de overeenkomst opzeggen mits het betalen van 3 maanden leervergoeding; jij kan eveneens het contract opzeggen mits betaling van 1,5 maanden leervergoeding.
- Wanneer de werkgever zijn verplichtingen niet nakomt of het opleidingsprogramma niet volgt, dan kan jij de overeenkomst beëindigen en moet de werkgever jou 3 maanden leervergoeding betalen én een vergoeding van min. 3 maanden loon.
Het bedrijf dient hiervoor wel enkele regels te respecteren. - De opzegging gebeurt bij overhandiging (van kracht de dag nadien) of met een aangetekend schrijven (opzeg gaat in de derde werkdag volgend op de verzending).
Altijd de reden van beëindigen vermelden op de ontslagbrief. - De werkgever brengt de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging op de hoogte van elke voortijdige beëindiging van leerovereenkomsten, ongeacht de reden of wijze hiervan.
- Het PLC wordt steeds op de hoogte gebracht van de vroegtijdige beëindiging van de leerovereenkomst. Bij betwisting beslist het Paritair Leercomité of de aangehaalde reden gegrond was. Is de opzegging van de overeenkomst ongegrond, dan wordt deze overeenkomst verder gezet of er wordt een opzegvergoeding uitbetaald (opzeg door werkgever: 3 maanden leervergoeding verschuldigd; opzeg door de leerling: 1,5 maanden leervergoeding betalen).
Wanneer de leerovereenkomst eindigt, moet de werkgever aan de leerling de volgende documenten meegeven: - een getuigschrift waarop de begin- en einddatum van de leerovereenkomst en de aard van de taken die de leerling verricht heeft, vermeld worden; hiervoor kan het RVA-formulier C4 Werkloosheidsbewijs - Arbeidsbewijs dienen;
- een kopie van de individuele rekening; meer informatie hierover vindt u hier;
- de laatste loonafrekening ("loonfiche"); meer informatie hierover vindt u hier.
Wordt een leerovereenkomst voortijdig beëindigd, dan moet de werkgever het PLC van zijn sector hiervan onmiddellijk op de hoogte brengen, ongeacht de aard en de reden van dat einde. Bij betwisting beslist het Paritair Leercomité of de aangehaalde reden gegrond was. Is de opzegging van de overeenkomst ongegrond, dan wordt deze overeenkomst verder gezet of er wordt een opzegvergoeding uitbetaald (opzeg door werkgever: 3 maanden leervergoeding verschuldigd; opzeg door de leerling: 1,5 maand leervergoeding betalen). Geschillencommissie Ieder geschil dat voortvloeit uit de uitvoering van de leerovereenkomst wordt door de patroon voorgelegd aan de verantwoordelijke van de V.Z.W. Opleidingscentrum Hout, Hof ter Vleestdreef 3 te 1070 Brussel, die zal bemiddelen met het oog op het treffen van een minnelijke schikking. Indien deze bemiddeling mislukt, zal het geschil door de Voorzitter van het leercomité op verzoek van de verantwoordelijke van voormeld Opleidingscentrum Hout op de agenda geplaatst worden van de eerstvolgende vergadering van het leercomité dat zich uitspreekt over het geschil.  Verplichtingen jongere Als leerjongere heb je natuurlijke enkele verplichtingen, er wordt ondermeer verwacht om: - beroepspraktijk aan te leren onder het gezag van de werkgever;
- jouw taken zorgvuldig en nauwkeurig uit te voeren;
- het geheim houden van bedrijfsaangelegenheden;
- het materiaal en werkkledij in goede staat terug te bezorgen;
- onder toezicht van de werkgever de nodige lessen bij te wonen en je aan te bieden voor de examens.

Verplichtingen werkgever Als werkgever verplicht u er zich toe bij het afsluiten van een industriële leerovereenkomst om: - een individueel opleidingsprogramma op te stellen in overleg met het Centrum Leren en Werken het bijhouden van het opleidingsboekje, waarin het programma is opgenomen;
- te zorgen voor een degelijk onthaal van de leerling en een praktische beroepsopleiding zoals in het programma vermeld staat;
- de sociale zekerheid en de arbeidswetgeving toe te passen (b.v. verzekering arbeidsongevallen, naleven van het uurrooster);
- een geneeskundig onderzoek te voorzien voor de leerling;
- ervoor zorgen dat de leerling regelmatig de theoretische opleiding volgt ;
- de nodige hulp (materiaal, kledij,...) te verschaffen om zijn taken te kunnen volbrengen;
- de nodige maatregelen te nemen ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de leerling.

Begeleiding van een leerling met een industriële leerovereenkomst Binnen de onderneming vormen de patroon, de opleidingsverantwoordelijke en de instructeur de kern van het team dat de jongeren met een leerovereenkomst begeleidt. Dit begeleidingsteam maakt duidelijke afspraken over de verdeling van volgende taken en verantwoordelijkheden: - verantwoordelijke(n) voor het beschrijven van het functieprofiel;
- verantwoordelijke voor het onthaal van de leerling als hij/zij starten in het bedrijf;
- begeleider verantwoordelijk voor de opleiding van de leerling in het bedrijf;
- contactpersoon voor het CLW voor overleg over de opleiding en de begeleiding van de leerling;
- verantwoordelijke voor de evaluatie van de leerling.
Een stagiair of werknemer begeleiden is niet vanzelfsprekend. Het vraag kennis, geduld en didactisch handelen. De persoon in uw onderneming die wordt gelast met de taak een de stagiair te begeleiden is uiteraard geen leerkracht. Om de begeleider sterker te maken in zijn taak biedt het Opleidingscentrum Hout de opleiding "bedrijfsinstructeur" aan. Deze opleiding leert de methodiek aan van het instructiegeven, zodat vaardigheden en kennis beter overgedragen worden. De opleiding is kosteloos voor arbeiders uit de sectoren "stoffering en houtbewerking" en "bosexploitatie, houtzagerijen en houthandel". Meer informatie betreffende deze opleiding kan je terug vinden in onze opleidingcataloog. Opleiding leerlingen Wanneer voor leerlingen extra opleiding nodig is die een meerwaarde betekent voor de opleiding van de jongere of wanneer een opleiding wordt georganiseerd voor arbeiders uit de onderneming kan de werkgever hiervoor de leerling uitnodigen. Indien de opleiding binnen de schooluren valt kan het bedrijf de school vragen hem vrij te stellen tijdens de uren van de opleiding. Het bedrijf kan voor de opleiding van leerlingen tewerkgesteld met een industriële leerovereenkomst op dezelfde steun rekenen als voor reguliere werknemers. Meer informatie omtrent de opleidingsmogelijkheden via OCH vindt u hier. Of contacteer vrijblijvend het Opleidingscentrum Hout.  Rol van het paritair leercomité Het paritair comité (vertegenwoordigers werkgevers en werknemer) van de beroepssectoren bepalen of in de sector een industriële leerovereenkomst kan worden afgesloten. Een paritair leercomité werkt dit verder uit. Taken van het paritair leercomité: - per beroep wordt een model van opleidingsprogramma opgesteld, waarbij de inhoud van de opleiding en de duur van de opleiding wordt bepaald;
- per sector maakt het Paritair Leercomité een voorstel op van een leerreglement waarin o.m. de volgende elementen aan bod komen:
- de beroepen waarvoor een leerovereenkomst mag afgesloten worden;
- de duur van de opleiding per beroep;
- de berekeningswijze van de maandelijkse leervergoedingen;
- de eventuele afwijkingen op de leeftijdsgrens voor het afsluiten van een leerovereenkomst;
- de verdeling van de praktische en theoretische opleiding;
- het inrichten van de proeven op het einde van de leertijd;
- het model van de leerovereenkomst;
- zij staan afwijkingen toe op de maximumleeftijd van de leerling en erkennen de werkgevers binnen de verschillende opleidingen;
- zij houden ook toezicht op de opleidingen, en krijgen hiervoor ondersteuning van de ondernemingsraad of de syndicale afvaardiging in het bedrijf.

Rol van het Opleidingscentrum Hout Als opleidinginstelling voor de arbeiders uit de houtsector is het opleidingscentrum hout door het paritair leercomité belast met de dagelijkse opvolging van het industrieel leerlingwezen voor de sectoren "houtbewerking en stoffering" en "bosexploitatie, houtzagerijen en houthandel". Taken van het Opleidingscentrum Hout: - betrokken ondernemingen informeren;
- ondernemingen begeleiden bij de administratieve prodedures; (vb: erkenningsaanvraag)
- begeleiden van het bedrijf gedurende de opleiding;
- opvolgen van de leerlingen;
- bemiddelaar tussen school en bedrijf;
- afnemen van tussentijdse- en eindevaluatie; (samen met CLW)
- vertegenwoordigen van het bedrijf tijdens de sectorcommissies ESF; (geschillencommissie)
- organiseren van opleidingen voor leerlingen, leerkrachten en ondernemingen;
Het Opleidingscentrum Hout brengt hierover, uit eigen beweging of op verzoek van het leercomité, verslag uit bij het leercomité. Wenst u meer informatie of hebt u vragen neem dan vrijblijvend contact op met het OCH.  Contact Sector consulenten ILW Bart de Waele en Theo Claes Opleidingscentrum Hout, Hof ter Vleestdreef 3 1070 Brussel Tel: 02 5581551 Fax: 02 5581589 info@och-cfb.be | www.och-cfb.be Nuttige documenten Alle nuttige documenten vindt u hier. Nuttige links FAQ Waar heb ik recht op bij schorsing of vroegtijdige beëindiging van de leerovereenkomst? Je bent jonger dan 18 dan heb je onmiddellijk recht op een overbruggingsuitkering indien je een opleiding van minimum 6 maanden achter de rug hebt en de leerovereenkomst verbroken of geschorst is onafhankelijk van jouw wil (b.v. tijdelijke technische of economische werkloosheid); Als je nog geen 6 maanden opleiding achter de rug hebt, dan moet je een wachttijd doorlopen van 155 dagen (praktijkopleiding, lesdagen en zaterdagen meegeteld).
Je bent tussen de 18 en 26 jaar je hebt onmiddellijk recht op een wachtuitkering indien je reeds een opleiding van 233 dagen achter de rug hebt en de leerovereenkomst verbroken of geschorst is onafhankelijk van jouw wil; Je hebt geen 233 dagen opleiding achter de rug, dan moet je een wachttijd doorlopen tot deze 233 dagen bereikt zijn.
|