Inleiding Het sociaal overleg kwam in zijn huidige vorm tot stand na de tweede wereldoorlog. De Besluitwet van 9 juni 1945 richtte per bedrijfstak een structuur van overleg op. Dit zijn de zogenaamde "paritaire comités of subcomités". De bedrijfstakken werden opgedeeld naar de grondstoffen die worden bewerkt (glas, metaal, hout, ...) of naar de aard der activiteiten (havens, verpleeginrichtingen, ....). Werkgevers en werknemers in de bedrijfstakken organiseerden zich ook, ten einde voldoende "representatief" te zijn bij dit overleg. In elk paritair comité zetelen vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties van de sector. Voorzitterschap en het secretariaat worden waargenomen door ambtenaren van het Ministerie van Werk. De paritaire comités zijn bevoegd om elk, voor zijn sector, : - de algemene grondslagen van het loon te bepalen,
- te beslissen over algemene arbeidsvoorwaarden,
- problemen van economische en sociale aard te bestuderen en te regelen,
- in collectieve geschillen te bemiddelen of ze te beslechten.
Om de twee jaar vindt een sociaal overleg plaats waarin allerlei afspraken worden vastgelegd in Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO). Om u een beter inzicht te kunnen geven in de overlegstructuren tot stand gekomen rond de grondstof "Hout", hebben we de houtbewerking en - verwerking ondergebracht in een "boomstructuur", een "kolom" die de evolutie voorstelt van de "brute" grondstof tot het eindproduct. Sector "Bosexploitatie" (paritair subcomité 125-01)  De rol van de bosbouwer bestaat in het schatten van de loten hout op stam die te koop worden aangeboden door openbare en private eigenaars, het aankopen ervan, het kappen van bomen en het bewerken ervan, het uitslepen (met paard of tractor), het verdelen van het stamhout en rondhout op basis van de kwalitatieve behoeften van de verwerkers en zorgen voor het vervoer en de commercialisering. De bosuitbaters zijn dus de schakel tussen de boseigenaars en de verwerkende industrieën. Zowel de evolutie in de kettingzaagmachines als in de zware bosexploitatiemachines hebben het rendement verhoogd en de vroeger zeer zware handenarbeid verlicht. Sector "zagerijen" (paritair subcomité 125-02) In deze sector moet een onderscheid worden gemaakt tussen; zagerijen van loofhout (eik, beuk,esdoorn, populier, es, ...), zagerijen van naaldhout (hoofdzakelijk vuren, grenen, douglas), zagerijen van tropisch hout, snijfineerbedrijven, schilfineerbedrijven en ondernemingen die zich toeleggen op het drogen, bewaren en drenken van hout. Hun gemeenschappelijke doelstelling is het beste uit de grondstof (rondhout) te halen en dit zoveel mogelijk toegevoegde waarde te geven,door de gebruikers - aannemers, meubelfabrikanten, palletbouwers, groothandelaars...enz. - halfafgewerkte producten aan te bieden die beantwoorden aan hun kwalitatieve en kwantitatieve criteria Sector "houthandel" (paritair subcomité 125-03) Het aantal houtsoorten is legio: elke soort heeft eigen afmetingen, tekeningen, duurzaamheid, bewerkbaarheid enz. Een grondige kennis van de grondstof hout is zeer belangrijk. In een houthandel wordt ervoor gezorgd dat de enorme verscheidenheid aan aanbod efficiënt en met zo min mogelijk houtverlies gedistribueerd wordt over de talrijke verbruikers. De bedrijven zorgen voor een deel ook voor het verbruiksklaar maken van half afgewerkte producten, via houtverduurzaming, drogen, schaven en profileren van gezaagd hout, verzagen van plaatmeriaal. Naast gezaagd hout en een hele gamma plaatmaterialen biedt een houthandel ook andere producten aan zoals dakbedekkingsmaterialen, gipskartonplaten, plaatstalen, houtverbindingsmiddelen, binnendeuren, parket, lijmen, isolatie materialen, ... Sector "Stoffering en Houtbewerking" (paritair comité 126) De sector is vrij heterogeen en bestaat uit diverse deelsectoren en productgroepen.

- De belangrijkste deelsector is de meubelindustrie. Deze omvat de producenten van meubels (eetkamers, slaapkamers, kantoormeubelen, keukens,...), zitmeubels (salons, zetels, stoelen,...) en slaapcomfort (matrassen en bodems).
- De deelsector plaatmaterialen omvat zowel de ruwe platen op basis van hout (spaanplaten, vezelplaten, multiplex), als de beklede platen (platen bekleed met fineer, melamine of een andere afwerkingslaag).
- De deelsector bouwelementen omvat de bedrijven die deuren, ramen, parket, geïndustrialiseerde spanten en andere toeleveringsproducten voor de bouw fabriceren.
- De deelsector verpakkingen omvat de producenten van kisten, laadborden en andere houten verpakkingen.
- De laatste deelsector verzamelt de productgroepen zoals kaders en lijsten, borstels en penselen en diverse andere houtproducten.
Sector "Schrijnwerk - Timmerwerk" (Paritair comité 124: Bouw) Deze sector behoort tot de bouwsector. De schrijnwerker / timmerman staat in voor het opmeten, 
vervaardigen, plaatsen, onderhouden en herstellen van alle houtwerk in het gebouw. Het zwaartepunt van de activiteiten situeert zich op de werf of op de bouwplaats. Men onderscheidt volgende hoofdactiviteiten: - Timmerwerk: klassiek timmerwerk of spantenbouw
- Buitenschrijnwerker: ramen, deuren, garagepoorten, rolluiken, veranda's, kroonlijsten, enz...
- Plaatsen van trappen: al dan niet vervaardigd in gespecialiseerde ateliers
Binnenschrijnwerk: bekledingen, omlijsten van ramen en deuren, wanden, binnendeuren, parket, vaste kasten, enz..
|